Uitleg 5 min lezen
Inloopdouche plaatsen: afvoer, afschot en de fouten die ik elke week zie
Een inloopdouche zonder drempel staat of valt met wat je niet ziet: de hoogte van de afvoer, het afschot in de vloer en de waterdichte laag.
Een inloopdouche zonder drempel is de populairste wens bij een nieuwe badkamer, en terecht. Hij oogt rustig, is makkelijk schoon te houden en je stapt er gewoon in. Maar zonder opstaande rand heb je ook geen marge. Al het water moet via het afschot naar de afvoer, en wat daarnaast loopt, komt bij de deur of achter de tegels terecht.
Bijna elke week zie ik een inloopdouche waar iets mis mee is. Meestal is het een van de fouten hieronder, en bijna altijd zit het in het deel dat je na het tegelen niet meer ziet.
Eerst kiezen: goot of put
Een douchegoot ligt meestal langs de wand. De vloer loopt dan in één richting af, en dat betekent dat je ook grote tegels kunt leggen. Een doucheput zit vaak in het midden van de douchehoek. De vloer loopt dan van vier kanten naar het midden, en de tegels moeten in een envelopvorm gesneden worden. Met grote tegels gaat dat lastig.
Beide werken goed, zolang de afvoer op de juiste hoogte zit. En daar begint het.
De afvoer: hoogte en capaciteit
Een goot of put heeft een inbouwhoogte nodig: de ruimte tussen de bovenkant van de tegel en de onderkant van de afvoer, inclusief de sifon. Een bestaande dekvloer is daar vaak te dun voor. Dan zijn er drie opties: de vloer ophogen, de afvoer dieper leggen als de constructie dat toelaat, of een kleine drempel accepteren. Bepaal dit voordat je iets koopt.
Kijk ook naar de afvoercapaciteit. Een grote regendouche geeft meer water dan een eenvoudige goot of een smalle afvoerleiding aankan. Een douche-afvoer is meestal 40 millimeter. Bij een regendouche is 50 millimeter een veiligere keuze, en dan moet de goot zelf dat debiet ook aankunnen.
Het afschot
Het water moet naar de afvoer lopen en niet naar de deur. Ik houd ongeveer één centimeter per meter aan, richting de goot of de put. Dat afschot maak je in de dekvloer, niet in de tegellijm. Een afschot dat in de lijm wordt gezocht, wordt ongelijk en geeft plassen.
Controleer het afschot voordat de afdichting erop gaat. Gooi een emmer water over de vloer en kijk waar het blijft staan. Een plas die je nu ziet, los je nog op met een dunne egaliserende laag. Een plas onder de tegels krijg je er niet meer uit.
De waterdichte laag
Tegels en voegen zijn niet waterdicht. Onder de tegels hoort een vloeibare afdichting, met versterkingsband in alle hoeken en manchetten rond de doorvoeren van de kraan en de afvoer. De goot of put wordt met een flens in die laag opgenomen. In de natte zone gaat de afdichting op de wanden tot minimaal twee meter hoog.
De fouten die ik elke week zie
- Afschot in de tegellijm. Het water blijft liggen in de hoeken en langs de goot.
- Een goot die niet waterpas ligt. Het water loopt naar één kant en blijft daar staan.
- Geen versterkingsband in de hoeken. De afdichting scheurt bij de eerste beweging van de wand, en het water loopt achter de tegels.
- Een sifon die niet schoon te maken is. Haren en zeepresten horen erbij. Kies een goot of put waarvan je de sifon zelf kunt uitnemen.
- De afvoer niet getest voordat er getegeld wordt. Zet de afvoer ruim onder water en controleer de verbindingen voordat de vloer dicht gaat.
- Te weinig ruimte voor de inloop. Een inloop die te smal is of een glazen wand die te kort is, laat water de badkamer in spatten. Hoe minder ruimte, hoe belangrijker het afschot.
Zelf doen of laten doen
De afwerking kun je goed zelf doen: tegelen, voegen en de glazen wand plaatsen. Voor de afvoer, het afschot en de inbouw van de goot of put schakel je beter iemand in die dit vaker doet. Dat kan op uurbasis, voor € 65 per uur (incl. btw) en zonder voorrijkosten: ik doe het deel onder de tegels en jij de rest. Op de badkamerpagina lees je hoe dat werkt, en op de tarievenpagina hoe ik reken.
Bel 06 53 77 25 47 of stuur een WhatsApp met een foto van je vloer en de plek van de bestaande afvoer. Dan zeg ik je of de hoogte er is.